Basisopstelling bij de service
Een goede positionering in het dubbelspel begint bij de service. De server staat iets meer naar de middenlijn om de hoek te verkleinen en zowel naar buiten als naar binnen te kunnen serveren. De serverpartner staat ter hoogte van de servicelijn, ongeveer in het midden tussen zijlijn en midden van de baan. Zo kan hij of zij direct druk zetten op de return en heeft korte ballen goed in beeld.
De rol van de serverpartner
De serverpartner is in het dubbelspel vaak de gevaarlijkste speler. Door licht door de knieën te staan en actief met het racket voor het lichaam klaar te zijn, kun je sneller anticiperen op de return. Een stap naar voren op het moment dat de tegenstander slaat, vergroot de kans op een volley. Blijf echter niet te dicht op het net staan, zodat je ook lobs nog achterwaarts kunt verdedigen.
Positionering bij de return
Bij de return maakt de plaatsing van de bal een groot verschil. De retourneerder kiest meestal een positie een klein stukje dichter bij de zijlijn dan in het enkelspel, om beter in de diagonale rally te komen en de server onder druk te zetten. De partner van de retourneerder staat iets achter de servicelijn, meer richting midden van het veld, klaar om in te stappen zodra de return goed genoeg is.
Wanneer je moet inschuiven
Na een diepe of harde return is het belangrijk dat beide spelers naar voren schuiven. De retourneerder loopt richting servicelijn en probeert zo snel mogelijk in een netpositie te komen. De partner beweegt mee naar voren en iets naar het midden. Zo ontstaat een compacte formatie waarbij je samen de gaten dichtloopt en het netgebied domineert, wat in dubbelspel meestal de winnende strategie is.
De klassieke netpositie
In de ideale situatie staan beide spelers bij het net. De forehand- en backhandzones zijn dan duidelijk verdeeld. De speler die dichter bij de bal staat, neemt het initiatief, terwijl de partner het midden afdekt en klaarstaat om elke bal te onderscheppen die tussen de twee door wordt gespeeld.
Afstand tot het net en tot elkaar
Een veelgemaakte fout is te dicht op het net gaan staan of juist te ver naar achteren. Richt je op ongeveer een racketlengte tot anderhalve racketlengte van het net. Sta daarnaast niet te ver uit elkaar; een grote opening in het midden is voor tegenstanders een eenvoudig doel. Een goede richtlijn is dat je elkaar net niet hindert, maar wel binnen één à twee snelle passen een bal in het midden kunt bereiken.
Verdedigen tegen lobs en harde passes
In het dubbelspel worden lobs en harde passes gebruikt om een sterke netpositie te ontregelen. De beste positionering draait dan om anticiperen en communiceren. Spreek af wie de diepe ballen achteruit verdedigt en wie het net bewaakt, zodat je niet beiden naar achteren sprint en het net weggeeft.
Wanneer kiezen voor de one up one back tactiek
Als je onder druk staat of tegenstanders vaak lobben, kan de one up one back opstelling handig zijn. Eén speler blijft bij het net om korte ballen en volleys te pakken, de ander staat achterin om lobs en diepe slagen te verdedigen. Deze formatie is minder aanvallend dan met zijn tweeën aan het net, maar geeft meer stabiliteit als je in de verdediging zit of als een van de twee zich achterin duidelijk sterker voelt.